Kriebels

Mijn liefde voor het gewone leven is nooit zo hevig als de dag voordat ik op reis vertrek. Deze keer gaat dit in hand met schuldgevoel: mag ik m’n kleine kinderen wel achter laten voor ‘zo lang’ en ‘zo ver weg’? (In de praktijk kom je er pas weer achter hoe lang zitten zo ver weg eigenlijk is.) Op de dag van vertrek overheerst gelukkig wat anders: kriebels. Ik heb niks liever dan het gevoel onderweg te zijn, op een missie, met een plan. Alleen ik weet immers dat dit plan er niet is. Ik weet het zeker nu. Als ik weer thuis ben ga ik die kriebels bewaren.

Maar eerst Tokyo.

Bijzonder als je iemand die je laatst gewoon nog in je thuisomgeving zag opeens ontmoet in een vreemde stad. De stad zelf voelt meteen al als thuis. Gezelschap doet veel merk ik.

Tokyo is geen mooie stad, buiten de kersenbloesem dan (en de parken met de mooie Ginko bomen); maar die gemoedelijke sfeer, propere straten, rustige, vriendelijke en mooie mensen, stijlvolle outfits, heerlijk eten waar je ook maar belandt maken het geheel wel zo. De Japanse veelheid en neonstraten doen onverwacht totaal niet opdringerig aan. Geen gehaast, geen botheid, maar rustige drukte. En af en toe ook gewoon rust.

Kyoto zou zoveel mooier zijn dan Tokyo.

Daar had ‘iedereen’ het over. Mooier klopt misschien wel, op een bepaalde manier. De stad heeft minder ‘opzichtige’ neon en meer ‘opzichtige’ cultuur. Ook de natuur is meer aanwezig. De bergen aan de rand van de stad bijvoorbeeld. Dit alles zorgt echter ook voor een meer wereldse herkenbare sfeer. Heel toeristisch en westers. Tokyo lijkt wat sfeer betreft blijven plakken in de jaren ‘80. Terug naar je jeugd. Soms is dat fijn.

Terug naar Tokyo dus.

Bijzonder ook om iemand waarmee je zoveel dagen hebt opgetrokken, opeens alleen achter te laten in een vreemde stad. Wat een verschil als je de indrukken niet kunt delen met of toetsen aan iemand. Zeker als die indrukken zo onwerkelijk lijken af en toe. De kersenbloesem of sakura is op z’n hoogtepunt hier; enkele bomen zijn zelfs al uitgebloeid. Het feest is echter nog in volle gang. Japanners eten en drinken met familie en vrienden onder de kersenbloesems in de parken. Het feest heet Hanami en betekent letterlijk bloem kijken. De symboliek maakt het helemaal af. Kwetsbaarheid en vergankelijke schoonheid, maar ook elke keer weer dat nieuwe begin. Ongelooflijk ook met hoeveel aandacht elke handeling hier gedaan wordt. Zelfs geld teruggeven, of een ticket bij het afrekenen, gebeurt met aandacht en in het moment. Beide handen, een knikje met het hoofd en oogcontact. Supermooi. De Japanners doen wat met me. Dat wil ik graag meenemen naar huis. Samen met die kriebels.

Hoe bewaar je die kriebels?

Zoveel herinneringen na een reis. Tesamen met zooi: papiertjes, bonnetjes, spullen. Ik gooi niks weg, bang om het gevoel te verliezen. En dan de foto’s en filmpjes ook nog. De beste manier om het vast te houden, voor mij dan, is om het in tekst te gieten. Wat viel me op? Wat heb ik gedaan? En wat neem ik mee? Deze tekst kan je dan op z’n beurt ook gebruiken voor een fotoboek, als je dat al maakt. Ik probeer deze keer iets nieuws. Ik ga losse foto’s laten uitprinten. Deze komen in een ouderwets plakboek met tekst en andere papiertjes die ik wil bewaren. Japan is een land dat je kan voelen. Ik wil al die zooi niet zomaar weggooien of in een doos (weg)stoppen.

Worstel jij hier ook wel eens mee?

Teveel zooi, te weinig tijd en je weet niet hoe te beginnen. Ik kan je helpen met opruimen, ontchaossen en ordenen. Administratie? Oude foto’s? Te veel kleding? Meer van dat? Laat me weten waar je mee worstelt en ik vertel wat ik voor je kan betekenen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *