Praktisch idealisme aan het Westplein

In tijden van Corona veranderde mijn thuis in een rustige en zonnige oase. Best bijzonder. Ik woon aan het Westplein in Utrecht. Een van de drukste autoknooppunten in het midden van de stad. Heerlijk rustig. En de zon scheen. Picknicken met m’n kinderen in het parkje bij Perron West. Een groen plekje tussen al dat beton. Steeds meer mensen maakten er gebruik van. Hoe leuk zou het zijn als er in plaats van gras bloemen en planten waren, bedacht ik me. Een pluktuin! Dat er plek zou zijn om te zitten, te liggen en te spelen. Het mag altijd groener. Ik had de eerste week van Corona al gebruikt om m’n stadstuin te veranderen in een grasveld met moestuin. De gedachte hebben is het doen immers. Zo werkt dat bij mij.

Wat is een pluktuin? In mijn hoofd zie ik dan meteen bloemen voor me. Dat is niet voor iedereen zo, merkte ik. Een bloemenpluktuin dus. Een tuin die vol staat met verschillende soorten bloemen. Van al deze bloemen mag je een eigen boeket plukken. Veel mensen dachten aan een eetbare tuin. Dat leek me ook wel wat, maar niet op deze plek helaas. Te veel uitlaatgassen en een te vervuilde grond. Die eetbare tuin komt er wel trouwens. Maar op een andere plek. Waar? Hierover schrijf ik later meer.

Een bloemenweide is een mooi alternatief voor groenbeheer. Een goedkope beheersvorm want de maaifrequentie neemt af. Daarnaast biedt het ruimte aan een waardevolle ecologische structuur. Het draagt bij aan de biodiversiteit. Het is goed voor vogels, vlinders, bijen en allerhande insecten. Het is mooi. Het brengt kleur en inspiratie in de omgeving en het gaat verruiging en verrommeling tegen. Een mooie groene natuurlijke omgeving zorgt er voor dat mensen goed met de omgeving omgaan. Een wilde bloemenweide met pluktuin en verhoogde elementen van gebruikte materialen. De natuurlijke elementen die met gebruikte materialen uitgewerkt zullen worden, vormen een gastvrije plek om even op adem te komen midden in het drukke Westplein. Mooie woorden om geld te vangen. Zeker. Maar niet alleen maar dat. Het is geen wollige argumentatie. Het is wat het is. En het is waar ik als schrijver goed in ben. Praktisch idealisme. Ik wil bewustwording creëren. Heldere woorden die ergens voor staan doen dat.

Een groen en divers leefmilieu in de stad is nodig. En het materiaal hoeft echt niet nieuw te zijn. Spullen (aka troep voor sommigen onder ons) zat. Mooi dat ook op een ‘gek’ plekje in de stad een groene oase kan ontstaan. Een insectenhotel, een boomstammenpad, een imker, ideeën zat. Denk ik te groots? Vaak wel, dan loert het gevaar om de hoek dat ik hierin blijf hangen. Inmiddels ben ik immers vier maanden verder en is er nog geen pluktuin gesignaleerd.

Er kwamen twijfels op m’n pad. Opeens was het de droogste lente ooit. Wat met watervoorziening? Is dat nog wel duurzaam dan? De grond is enorm arm. En deze buurt gaat de komende jaren op de schop. Er komt water bij, maar ook veel beton. Wat kan een pluktuin betekenen? Een tijdelijke dan ook nog. Arm Westplein. Het verdient zoveel meer. Zoals Hanneke Lewin van Vuren van het Wilde Land tegen me zei: “Het is natuurlijk ons vak om plekken groener te maken en het Westplein kan wel een beetje groen gebruiken. Sterker nog, het zou wel een heel bos kunnen gebruiken als contra voor alle beton, lawaai en hectiek.” De afgelopen 60 jaar is het Westplein voortdurend in verbouwing geweest. En ook daarvóor zijn er al veel veranderingen geweest. Zelfs de naam van de plek is in de afgelopen honderd jaar al drie keer veranderd. In 1940 heette de straat die op deze plek lag nog Leidschedwarsstraat. Die naam werd veranderd in Artilleriestraat. In 1969, met de aanleg van het wegenknooppunt en de sloop van een deel van de wijk werd de plek Westplein gedoopt. Er zijn waterwegen gedempt, tunnels aangelegd, bruggen gebouwd, tramrails aangelegd, en al deze elementen zijn er ook allemaal weer een keer uit gesloopt. Er hebben vele lagen asfalt op vele verschillende plekken gelegen. “Zelfs de littekens hebben littekens,” aldus Hanneke.

Ik netwerkte me een slag in de rondte. En dat voor mij in tijden van Corona. Die twee lijken elkaar op te heffen haha. Ik sprak met een heleboel mensen die iets te maken hebben met natuur en Utrecht. Samenwerken met Perron West en de Gemeente. Subsidies. Enorm interessant. Ook hierover schrijf ik later meer. Ik nodigde hoveniers en projectontwikkelaars uit en leerde hiervan. Ik ontdekte de term: Makelaars van de tussentijd (mooi!) en dat ik er eigenlijk eentje ben.

Op dit moment is er nog steeds alleen maar gras op de plek die ik bedacht heb voor m’n project. En zijn de auto’s ook weer terug. Samen met hen het lawaai en de drukte. Terwijl ik dit schrijf regent het. Het ziet er minder rooskleurig uit dan toen ik ermee begon. Mijn hart gaat echter nog steeds sneller kloppen als ik er aan denk. En dat is een goed teken om ermee verder te gaan. Ik heb er alle vertrouwen in dat de wilde bloemenweide er komt. Wellicht sneller nog dan ik denk.

De foto komt trouwens uit het Utrechts Archief ([500956]). Rechts op de achtergrond zie je de zwaaikom in de Leidsche Rijn en de sloopwerkzaamheden in de Leidschedwarsstraat ten behoeve van de aanleg van de Artilleriebrug.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *